Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is er voor alle kinderen tot 18 jaar en zwangere vrouwen (vanaf 22 weken) die in Nederland wonen. Wel zijn er voor sommige groepen en in sommige situaties andere voorwaarden. Op deze pagina vind je een uitleg van deze regels.

Voorwaarden volgens de wet

Volgens de wet hebben kinderen tot 18 jaar en zwangere vrouwen vanaf 22 weken zwangerschap recht op vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma in de volgende situaties: 

  • Ze staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) én wonen in Nederland. 
  • Ze staan ingeschreven in de Protocollaire Basisadministratie, bijvoorbeeld (kinderen van) diplomaten of medewerkers van internationale organisaties.
  • Ze zijn asielzoekers in de COA-opvang.
  • Er zijn andere situaties, waardoor het noodzakelijk is om een vaccinatie te krijgen, bijvoorbeeld door ziekte. 

Medische voorwaarden

Naast de voorwaarden volgens de wet zijn er ook medische voorwaarden. Bij gevaar voor de gezondheid gaat het medisch belang altijd boven de voorwaarden volgens de wet. Deze situaties worden verderop deze pagina uitgelegd.  
Is er sprake van een twijfelgeval? Dan kunnen kinderen tot 18 jaar die in Nederland wonen en vrouwen vanaf 22 weken zwangerschap die in Nederland verloskundige zorg krijgen, meedoen aan het Rijksvaccinatieprogramma.

Mogen Nederlanders in het buitenland meedoen aan het Rijksvaccinatieprogramma?

Nederlandse kinderen die in Duitsland of België wonen, staan niet ingeschreven in de BRP. Zij komen niet in aanmerking voor het Rijksvaccinatieprogramma, ook niet als ze in Nederland naar school gaan of werken. Voor deze groep gelden de vaccinatieprogramma’s van het land waarin ze wonen. Deze programma’s zijn van dezelfde kwaliteit als dat in Nederland.  

Zwangere vrouwen die in het Duitsland of België wonen, maar verloskundige zorg in Nederland hebben, komen wel in aanmerking voor de 22 wekenprik. Zij krijgen een uitnodiging van de verloskundige of gynaecoloog.

Ja. Diplomaten en militairen in het buitenland komen in aanmerking voor vaccinatie vanuit het Rijksvaccinatieprogramma. Zij krijgen hier alleen géén uitnodiging voor. Diplomaten(gezinnen) komen regelmatig naar Nederland en worden dan gezien door de arbodienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken. 

Militaire gezinnen worden gezien door de arbodienst op de plek waar ze werken. Kinderen kunnen de (gemiste) prikken halen op deze momenten bij de arbodienst, of tijdens een bezoek aan Nederland. Dat gaat in overleg met jeugdgezondheidsorganisatie. 
 

Nee. Een Nederlandse expat is een Nederlander die voor lange tijd in een ander land verblijft. De (gezinsleden van) expats staan normaal gesproken niet ingeschreven in de BRP. Daarom komen zij niet in aanmerking voor het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma). Zij moeten de vaccinaties zelf ter plaatse regelen.

Mogen buitenlanders in Nederland meedoen aan het Rijksvaccinatieprogramma?

In 2000 deelde de minister van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) mee dat (kinderen van) illegale vreemdelingen toegang hebben tot het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma) vanwege ‘medisch noodzakelijke zorg’. 

Ja. Kinderen en zwangere vrouwen die zijn uitgeprocedeerd en verblijven in bijvoorbeeld vreemdelingenbewaring, kunnen gevaccineerd worden. Het feit dat zij waarschijnlijk binnenkort worden uitgezet, is vanuit de zorg gezien geen reden voor ander beleid.

Ja. Adoptiekinderen worden ingeschreven in het BRP en komen dus in aanmerking voor het RVP Rijksvaccinatieprogramma (Rijksvaccinatieprogramma).

Buitenlandse baby’s in Nederlandse ziekenhuizen moeten soms lang in een Nederlands ziekenhuis verblijven. In die periode kunnen zij de leeftijd hebben waarop zij normaal gesproken worden gevaccineerd. Gezien het medisch belang worden ze dan gevaccineerd.

Kinderen die om een andere reden dan hierboven in Nederland zijn, kunnen alleen in sommige situaties vaccinaties via het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) krijgen. Dit hangt af van welke prikken ze al eerder hebben gehad. Voor iedere situatie kijkt de jeugdarts samen met de ouders wat het beste is voor het kind.

1. Kinderen die nog niet alle basisprikken hebben gehad

Heeft het kind de eerste herhaalprik voor DKTP-Hib-HepB en pneumokokken en de eerste BMR-prik en MenACWY-prik nog niet gehad? Dan mag het kind deze vaccinaties alleen via het Rijksvaccinatieprogramma krijgen als het kind langer dan 1 maand in Nederland is.

2. Kinderen die alle basisprikken al hebben gehad

Heeft het kind de eerste herhaalprik voor DKTP-Hib-HepB en pneumokokken en de eerste BMR-prik en MenACWY-prik al wel gehad? Dan is het niet erg als de volgende prikken (5-jarigen (DKT), 10-jarigen (HPV), en 14-jarigen (DTP en MenACWY)) iets later volgen. Alleen als het echt niet mogelijk is om deze prikken te halen in het land waar het kind vandaan komt, mag het kind de prikken via het Rijksvaccinatieprogramma krijgen.